Actueel

Recensies TvOO december 2013

di 24 dec 2013

Commitment
De belofte van betrokkenheid en bevlogenheid in organisaties
Gyuri Vergouw. Boom/Nelissen, 2013. ISBN 978 90 244 0235 9

‘Commitment’: een vaag begrip, dat vraagt om verduidelijking. En die komt er ook, in de vorm van een definitie, een uitsplitsing in een affectieve, continuïteits- en normatieve component, een formule (commitment voor transitie), de vier B’s (betrokkenheid, bevlogenheid, binding en bezieling).
In een verkenning van bestaande theorieën en praktijkvoorbeelden maakt Vergouw duidelijk dat commitment bijdraagt aan succes, werkplezier en tevredenheid. Het boek pakt enkele thema’s wat specifieker aan in relatie tot commitment: veranderen, communicatie, leiderschap, teamsamenwerking, Rijnlands versus Angelsaksisch organiseren en persoonlijk commitment. Af en toe wordt prettig genuanceerd: bijvoorbeeld met de observatie dat betrokkenheid in de huidige situatie in een organisatie juist ook kan leiden tot weerstand tegen verandering.
Vergouw noemt als centraal uitgangspunt dat commitment vrijwillig is, maar niet vrijblijvend. Dit wordt verder niet uitgewerkt, maar zou een aardig discussieonderwerp kunnen zijn: mag je van medewerkers wel of niet eisen dat zij commitment hebben en tonen? En van bestuurders? Vergouw baseert zich in het boek niet alleen op theorieën en modellen, maar gebruikt ook interviews. Dat is aardig, maar soms onvoldoende om een onderwerp echt goed te behandelen. Een voorbeeld daarvan is hoofdstuk 2, waar verschillen in commitment gesignaleerd worden tussen mannen en vrouwen, maar dit slechts gebaseerd wordt op een eigen ervaring, een slechts zijdelings interessante theorie en een interview. 
Het boek is overzichtelijk opgebouwd. In elk hoofdstuk zijn praktijkvoorbeelden of interviews te vinden, en er wordt steeds afgesloten met een kernachtige samenvatting. Prettig is de mogelijkheid om met de code voorin het boek een e-versie te downloaden. Het boek geeft geen concreet stappenplan of model voor  het vergroten van commitment, en Vergouw geeft aan dat dat ook niet kan. Voor lezers die aan de slag willen biedt hij in het laatste hoofdstuk wel een aantal checklists.
Dit is een fris managementboek, waarin een aantal gangbare management- en organisatietheorieën even de revue passeert, bekeken door de ‘bril’ van commitment. De overzichtelijke structuur en de interessante interviews, quotes en anekdotes maken het prettig leesbaar. Nieuwe inzichten biedt het boek niet. En hoewel het begrip commitment verduidelijkt wordt waaiert het onderwerp ook alle kanten op, waardoor het soms niet meer over commitment gaat, maar over gerelateerde thema’s als motiveren, focussen of gedrevenheid.

Yvette Paludanus, veranderkundig adviseur, project- en interimmanager


De 4 disciplines van uitvoering
Sean Covey. Business Contact, 2013. ISBN 978 90 470 0601 5

Dit boek richt zich op succesvol leidinggeven aan uitvoering van strategie. Het helpt bij het dichten van de kloof tussen enerzijds een mooi opgezette visie en strategie en anderzijds het uitvoeren van dagelijkse werkzaamheden. De schrijver is Sean Covey, zoon van de bekende Stephen Covey, wiens ‘De 7 eigenschappen van effectief leiderschap’ wereldberoemd is. Het boek ‘De 4 disciplines van uitvoering’ is in vergelijkbare stijl geschreven en aangepast aan de Nederlandse context, aldus de Franklin Covey organisatie.

De 4 disciplines van uitvoering, ook wel 4DX genoemd, zijn achtereenvolgens:

  1. Focus op een waanzinnig belangrijk doel. De gedachte hierbij is dat je het aantal doelen dat je probeert te bereiken, naast de dagelijkse urgente activiteiten die noodzakelijke zijn, sterk beperkt. Het is in theorie en praktijk bewezen dat hoe kleiner dit aantal doelen is, hoe hoger het percentage dat daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Er worden handvatten gegeven voor de keuze van waanzinnig belangrijke doelen.
  2. Werk met gedragsmetingen. Belangrijk hierbij is dat de gedragsmetingen zowel voorspellend zijn voor het halen van het belangrijke doel als ook te beïnvloeden zijn door het team. Er wordt onderscheid gemaakt tussen meting van kleine resultaten en meting gericht op hefboomgedrag, oftewel gedrag wat je continu van je team verwacht.
  3. Houd een motiverend scorebord bij. Ervaring leert dat teamleden tenminste wekelijks de beweging in de score van de gedragsmeting moeten zien om belangstellend te blijven. Het scorebord moet volgens de schrijver in één oogopslag laten zien of je wint of verliest. Op dit punt wordt uitgegaan van een prestatiecultuur, waarbij medewerkers gedreven worden door een wil om te winnen. Je kunt je afvragen of dit in Nederlandse organisaties de overheersende cultuur is. In elk geval zullen de aspecten verantwoordelijkheid en eigenaarschap gestimuleerd worden door een scorebord.  
  4. Creëer een ritme van verantwoording. Voorgesteld wordt om wekelijks de afspraken te bespreken. Daarbij kan geleerd worden van de successen en mislukkingen. Vervolgens kunnen nieuwe afspraken voor het vervolg gemaakt worden. In praktijk zal het best lastig zijn om hier wekelijks met het hele team uitgebreid bij stil te staan en verbinding te leggen naar een hoger gelegen team. Daarbij is balans nodig tussen de dagelijkse urgente activiteiten, ook wel de wervelwind genoemd, en de benoemde waanzinnig belangrijke doelen.

In het vervolg van het boek wordt de implementatie van 4 DX verbreed van team- naar organisatieniveau. Dit wordt toegelicht aan de hand van voorbeelden, handvatten voor vervolg en veelgestelde vragen. Dit onderdeel is wat minder gestructureerd, maar biedt wel inspiratie en een aantal praktische tips.
Al met al is het boek een aanwinst in het ruime scala aan managementboeken, juist omdat het zich volledig concentreert op de uitvoering van visie en strategie. Daarbij biedt het een duidelijke opzet voor de te nemen stappen als team, gericht op gedrag waarmee doelen bereikt worden. Minder sterk is de nadruk op termen als winnen, verliezen, oorlog en veldslag. Door iets meer overbrugging naar de Nederlandse organisatiecultuur zou het boek nog aan effectiviteit kunnen winnen.

Anouk de Waard - coach en controller


Faciliteren zonder omwegen
24 praktijkvoorbeelden
Red. Jan Lelie, Henri Haarmans, Laura ten ham, Ceciel Fruijtier en Carolien de Monchy. Gelling Publishing, 2013. ISBN: 978 90 784400 65 9

Als het feit dat mijn spellingscontrole  aangeeft het woord ‘facilitator’ niet te kennen, enigszins maatgevend is voor hoe onbekend dit vak in Nederland is , dan is er een wereld te winnen met het boek ‘Faciliteren zonder omwegen; 24 praktijkvoorbeelden’. En dat is precies wat de IAF Nederland, de beroepsvereniging voor professionals die workshops, brainstormsessies en vergaderingen faciliteren, met dit boek beogen.
Zoals de toevoeging aan de titel al aangeeft: dit boek is opgebouwd rond de praktijk van het faciliteren. In totaal vertellen 24 facilitators hoe ze resultaten bereikt hebben bij hun opdrachtgevers. Resultaten die, aldus de auteurs, zonder de inzet van de facilitator niet bereikt zouden zijn.  Met de verschillende bijdragen geven de auteurs een duidelijk inzicht in een relatief onbekend vakgebied. Met het beschrijven van de praktijkvoorbeelden wordt in dit boek goed inzichtelijk gemaakt dat faciliteren een zeer breed en divers vakgebied is. Faciliteren kan als doel hebben om via workshops (in alle lagen van de organisatie) het ziekteverzuim te verlagen en de arbeidstevredenheid te verhogen. De facilitator kan ook worden ingezet bij het formuleren van een visie door middel van MT-bijeenkomsten of het betrekken van het publiek bij het programma op een seminar. Leerzaam is de reflectie op hun aanpak, inzet en rol, die de meeste facilitators aan het einde van hun bijdrage doen. Jammer genoeg leidt dit nergens tot echt heel kritische reflecties wat ervoor zorgt dat het boek vooral succesverhalen bevat. Bijzonder waardevol dat niet alleen de facilitators aan bod komen, maar ook de opdrachtgevers reageren op de cases die worden besproken.
Een tweetal bijdragen waarin een duidelijke afbakening en positionering van de (rol van) facilitator wordt beschreven en een afsluitend hoofdstuk waarin de rode draad uit de praktijkvoorbeelden wordt beschreven, maken dit boek compleet.
Het boek heeft een prettige, frisse opmaak en de pagina’s ogen duidelijk en overzichtelijk.
Al met al een overzichtelijk, prettig lezend en praktisch boek wat zowel uitermate geschikt is voor opdrachtgevers die overwegen een facilitator in te schakelen als voor facilitators die inspiratie willen opdoen of eens een kijkje willen nemen hoe hun collega’s het vak uitoefenen!

Evelien Wagenaar, coach en P&O Adviseur


Rond communicatie
De mens als sociaal dier
Patrick Vermeren. Academia Press, 2013. ISBN: 13 978 9038220963

Het boek valt meteen op door de mooie stevige kaft,  een ruime opzet en kleurrijke lay out.  Het oogt toegankelijk en nodigt uit tot lezen.  Die inhoud imponeert op dezelfde wijze. Vermeren behandelt de communicatie tussen twee mensen aan de hand van het model van het  “Interpersonel Circumplex”.  Dit is een geëvolueerd model van de veelal bekendere  roos van Leary.  Vermeren licht het op natuurlijke en invoelbare manier stap voor stap in alle facetten toe.  De vermelding van typische en zeer herkenbare uitspraken die annex zijn aan een bepaald gedrag laat het model  voor de lezer echt  ’leven’.
Ik zou het mooi gevonden hebben als er een uitneembare interpersoonlijke cirkel bij had gezeten om bij een verhelderend gesprek op tafel uit te vouwen. Een dergelijke tool bestaat van de roos van Leary, maar een creatieveling kan het natuurlijk zelf maken.
Vermeren behandelt ook de relevante wetenschappelijke wetenswaardigheden. Daarmee biedt hij een interessant, actueel en verdiepend denkkader. Het is een goede keus het boek daar niet mee te beginnen. Het maakt dat je vanuit dat perspectief  weer terug gaat kijken op het voorgaande en voorkomt dat je in het verklarend deel blijft hangen.  
Slechts tweemaal had ik een aarzeling bij het lezen. Vermeren  stelt (blz. 126) dat zelfs coaches vaak niet weten hoe bepaald gedrag te veranderen. Daar valt  meer over te zeggen, in ieder geval levert het  voor iedere coachee een eigen zoektocht op, waarbij de coach faciliteert.  Dan zet Vermeren (blz. 97) de gedragswijzigingen die we realiseren met behulp van coach, psycholoog of psychiater in het licht van het verdoezelen of in toom houden van onze karakterproblemen.
Natuurlijk een therapie is veelal gericht op verminderen of hanteerbaar maken van klachten, maar zo benaderd heeft het niet die negatieve connotatie. Het valt me op omdat Vermeren juist steeds een plezierige neutrale toon bezigt.
Vermeren schrijft vanuit de visie dat kennis gedeeld moet worden. Hij slaagt daar  uitstekend in door  zijn kennis overzichtelijk, begrijpelijk,  geïllustreerd met voorbeelden en met veel bronvermeldingen en verwijzingen neer te zetten.  Daarin onderscheidt dit boek zich; dat is de kracht van Vermeren. Dit boek heeft zin voor iedereen, die op zijn beroepsmatige pad  in de interactie met anderen succesvol wil zijn.  Het onderdeel communicatieve vaardigheden kan daarbij goede diensten bewijzen als zelfhulpinstrument.

Quita Pattist


Stiefmanagement
Marike Smilde Elikser, 2013. ISBN: 978 90 895 4533 6

Als je de titel leest, slaat automatisch je fantasie op hol. Gaat het boek over de (negatieve) stiefmoederlijke rol die vaak aan managers wordt toegeschreven? Nee, het gaat over ‘het management’ van stiefgezinnen. Geschreven door een vrouw die zelf stiefmoeder is en werkt als interim-manager.
Zij meent dat de rol van stiefouder voldoende analogie vertoont met die van de interimmanager. Dat is toch een merkwaardige insteek. De essentie van een interimmer is dat je bewust kiest voor een beperkt en tijdelijk committment. Dat is precies wat je als stiefouder NIET wilt uitstralen, toch? Nog afgezien van deze niet al te zeer passende analogie, lijkt vrijwel alles wat er over managementtheorieën in het boek staat (Maslov, communicatiemodel van Thun, etc.) er met de haren bijgesleept om het boek een quasi-theoretische basis te geven. Waarbij het bijvoorbeeld erg geforceerd aandoet om gedragsstijlen (lees leiderschapsstijlen) te beschrijven en dan tips te geven hoe je aansluiting vindt bij de verbindersstijl, de beslissersstijl etc. En als we het dan toch over theoretische concepten hebben die relevant zijn in situaties van (vecht-)scheidingen en het ‘lijmen’ van twee verschillende ‘ecosystemen’, lijkt mij een serieuze plaats weggelegd voor het rouwproces (met zijn fasen van ontkenning, agressie etc.) of voor onderhandelingsvaardigheden of conflictmanagement.
Maar deze en andere heikele thema’s worden ontweken. Zo wordt de Stichting Dwaze Vader snel weggezet met de opmerking dat “er veel redenen zijn waarom ouders een omgangsregeling niet nakomen. Veel goede redenen ook”. En de problematiek van een conflict tussen de ouders na de echtscheiding zoals Parental Alienation Syndrome (PAS) waarbij sprake is van “een pathologische band tussen het kind en een van de ouders, terwijl de andere ouder wordt uitgesloten”, is zo ernstig dat Smilde dit “verder buiten beschouwing” laat.
Toch zit er af en toe casuïstiek tussen die ongetwijfeld leerzaam en nuttig is voor die categorie (stief-)ouders die niet al te problematisch in elkaar steekt en waar iedereen van goede wil is.
In de wetenschap dat er nogal wat gescheiden gezinnen onder een jeugdbeschermingsmaatregel komen te vallen en dat Smilde zelf ook aangeeft dat de helft van de samengestelde (of stief)gezinnen uit elkaar valt, moet je constateren dat de doelgroep voor het boek dus redelijk beperkt is en dat de echte problemen stiefmoederlijk worden behandeld.

Tansingh Partiman, Organisatie- en Personeelsadviseur


Toonaangevend
Wat bedrijven kunnen leren van het concertgebouworkest een toprestaurant en een rugbyploeg
Xavier Bekaert, Gilles Jonk, Jan Raes, Phebo Wibbens. Lannoo Campus, 2013. ISBN 978 94 014 0693 2

In dit boek onderzoeken de auteurs veertien toonaangevende organisaties in diverse disciplines, gaande van sport, gastronomie, advies tot en met pianobouwers en onderzoeksorganisaties. Toonaangevende of iconische organisaties slagen erin om decennialang toonaangevende resultaten neer te zetten. De auteurs gaan op zoek naar datgene wat deze organisaties gemeen hebben. Wat ze vonden is dat in essentie al deze organisaties erin slagen om een positieve competentiespiraal op te bouwen en in stand te houden.
De eerste hoofdstukken zijn dan ook gewijd aan de drie grote elementen van deze competentiespiraal. Het eerste element is het kunnen binden en behouden van de juiste mensen; mensen met talent die enthousiast zijn over wat ze doen en die passen binnen de organisatie. Naast de zeer strenge – maar faire   – selectieprocedure is het hooghouden van de standaarden een van de moeilijkste aspecten in deze stap.
Een tweede element van de competentiespiraal bestaat uit het creëren van een topteam; individuen op een zodanige manier laten samenwerken dat iedereen zich verantwoordelijk voelt om het beste uit zichzelf te halen in functie van de prestaties van de groep. Hierin speelt het leiderschap een belangrijke rol . In iconische organisaties zien we uitgesproken vormen van gedeeld leiderschap verschijnen en krijgen mensen macht op basis van hun verdienste. 
Het derde element van de competentiespiraal behandelt de manier waarop toonaangevende resultaten tot stand komen door continue verbetering en aanpassing. Het vinden van de juiste balans tussen de ‘focus op datgene waar men uniek in is’ en ‘innovatie’ is hierbij een belangrijke strategische uitdaging.
In de volgende hoofdstukken behandelen de auteurs enkele specifieke vragen rond het verankeren van de competentiespiraal (door vormen van zelfbestuur of partnerschapsstructuren), rond de start van de competentiespiraal (door een visionaire leider die een groep topmensen om zich heen verzamelt) en rond de vraag hoe de competentiespiraal kan werken in grote bedrijven.
Het boek is geschreven met de bedoeling om inspirerend te zijn, en die belofte maakt het waar. De vele goedgekozen en toegankelijk geschreven voorbeelden versterken het inhoudelijk verhaal en maken het ook boeiend om te lezen. Iconische organisaties mikken op A-spelers, A-teams en A-resultaten en net dat DNA maakt ze uitzonderlijk. De reflectievragen op het eind van het boek kunnen andere organisaties helpen om de juiste ingang te vinden naar excellentie.

Catherine Ruys


Waarom doen we dit eigenlijk?
De businesscase als succesfactor voor projecten
Michiel van der Molen. Van Duuren Management, 2013. ISBN: 978 90 8965 157 0

In dit boek maakt Michiel van der Molen korte metten met de businesscase als document: het document is niet de businesscase. Hij legt in de eerste twee hoofdstukken op een duidelijke manier uit dat het managen van een project eenvoudiger wordt als de waarom-vraag consequent gesteld wordt. Er is maar één antwoord mogelijk, wil het de stevigheid door alle projectfases heen vasthouden.
Sterker nog, het antwoord op de waarom- vraag is leidend voor verdere beslissingen. Dilemma’s behoren tot de verleden tijd. Alle positieve spin-offs zijn prettige bijverschijnselen maar de richting die het project dient te gaan is met één heldere oneliner te maken. Dit communiceert en verbindt makkelijker.
Draagvlak creëren over de waarom-vraag is een terugkerend thema in deel twee dat vier hoofdstukken bevat. Van der Molen is er uitermate in geslaagd om met pakkende voorbeelden diverse issues te schetsen. Daarbij geeft hij tips en hanteert nieuwe criteria voor succes omdat projectmanagement in de tegenwoordige dynamiek schieten op bewegende doelen is. Opleveren ‘volgens plan en binnen budget’ is een verschuivend fenomeen. Verwarring dient voorkomen te worden, procedures vermeden.
De waardecreatie voor de organisatie verbindt van der Molen regelrecht met de doelstelling van de organisatie en risico’s. Hij schrijft met een heldere geest voor realiteit als hij aangeeft: … Soms is er ronduit weerstand tegen een heldere businesscase. … “Dit maakt onze besluitvorming transparant …”, volgens een CEO van een bedrijf in de energiesector die aangaf dat het principe van sturing op basis van de businesscase haaks staat op de cultuur.
Dit boek is uitermate geschikt voor diegenen die moe worden van pagina dikke documenten en zich niet thuis voelen in louter financiële onderbouwingen maar wel een projectrationalisatie zoeken. Zij vinden hier een manier om het strikt noodzakelijke te koppelen aan het creëren van draakvlak. Dat maakt de schrijver duidelijk door de baten naar voren te laten komen in hoofdstuk drie. Het zijn de financiële en niet-financiële voordelen van verandering. ’n Zeer goed leesbaar boek voor businesscase-bouwers die verder kijken dan de cijfers. De verdere detaillering is mooi verwerkt in de overzichtelijke bijlagen. In meerdere opzichten is het boek een verademing.
Het enige dat ik mis is de menselijke kant. Gelukkig heeft hij ‘Baten management draait om mensen’ eerder al geschreven.

Hilde Beckers


Geef hieronder uw reactie op dit nieuwsitem

Leave this one empty:
Naam:
Don't fill in data here:
Reactie:
Don't put anythin in here:
CAPTCHA Image

Nog geen reacties geplaatst